…maar niet voordat we nog eens heel veel hebben gezien en gedaan. Ik zal even bij het begin beginnen. We waren gebleven in Bandung, 3 augustus. De volgende ochtend om 8 uur zijn wij met de trein vertrokken naar Yogyakarta. De treinreis die 8 uur duurde viel ons allezins mee, we hadden veel ergere en langere stukken gehad. De uren vlogen voorbij en rond een uur of 4 kwamen we aan in Yogya. Binnen 5 minuten hadden we prima accomodatie gevonden en konden we de stad wat gaan verkennen. We hebben weer eens lekker van de straat gegeten voor weinig geld. Het valt ons op dat hoe goedkoper je eet hier in Indonesie, hoe lekkerder het is. Dus van de straat eten is echt het culinaire hoogtepunt van Indonesie, en ook deze keer was het weer heerlijk. We hebben ‘s avonds nog een 2 uur durende Wayang kulit (schaduwpoppenspel) voorstelling bijgewoond, wat erg mooi is om te zien. Ondanks dat het mooi is heb je het eigenlijk na een half uurtje wel gezien, omdat je het verhaal toch niet helemaal snapt. Desondanks hebben we hem uitgezeten.
De volgende dag zijn we naar de Borobudur, een enorme boeddhistische tempel, gegaan. Voor ons goede geluk hebben we met de klok mee een aantal rondjes om de tempel gelopen. Helaas was ons geluk alweer op toen we boven aankwamen, want de bovenste “verdieping” van de tempel was vanwege restauratie niet toegankelijk. Op de terugweg reden er geen bussen meer, maar we konden een busje charteren en delen met twee Japanners. ‘s Avonds weer van de straat gegeten, wat in Yogya echt lekker en leuk is, en wat geinternet.
Zaterdag hebben we wat door de stad gelopen en Benteng Vredenburg bezocht. Daarna nog wat batik souvenirs gekocht en op weg gegaan naar het kraton van Yogya. Helaas was vanwege de ramadan het kraton dicht, onze rondjes om de Borobudur hebben niet echt veel geholpen tot nu toe. Ergens in de loop van de middag naar het grootste tempelcomplex van Indonesie, de Prambanan, gegaan. Daar hebben we een prachtige zonsondergang bij de tempels gezien, met op de achtergrond de grote Merapi vulkaan. ‘s Avonds hebben we, met de mooi verlichte tempels op de achtergrond, het Ramayana ballet bijgewoond. Deze dansvoorstelling beeld Hindoeistische verhaal van de ontvoering van Sita door de demon Ravana uit. Ze wordt meegenomen naar Lanka (de stad met de gouden muren). Uiteindelijk wordt Ravana, met de hulp van Hanuman, door Rama gedood. Eind goed al goed.
De zondag daarop zijn we de hele dag onderweg geweest naar Cemoro Lawang, aan de voet van de Bromovulkaan. De volgende ochtend zijn we om 3 uur opgestaan om in de ijzig koude nacht een nabijgelegen berg op te lopen. Gelukkig kregen we er wel wat voor terug, want de zonsopkomst die over de Bromo viel was een waanzinnig gezicht. De lichte mist die in de grote krater hing, de langzaam opkomende zon en de rokende Bromo in een ruig landschap waren fantastisch om te zien. Vervolgens zijn we nog met een jeep naar de Bromo gereden om nog een kijkje te nemen in de diepe, rokende, krater. Meteen daarna weer onderweg naar onze volgende bestemming, Kawah Ijen. De nacht doorgebracht in Bondowoso en weer rond dezelfde, extreem vroege, tijd opgestaan op weg naar de Ijen vulkaan. In de krater van de Ijen wordt zwavel gewonnen wat de mijnwerkers in manden van zo’n 70 tot 100 kilo op hun rug naar boven tillen. Eenmaal boven is het voor hun nog 3 kilometer enorm stijl lopen naar hun eindpunt. Per dag kunnen ze zo maar twee manden vervoeren. Ze verdienen wat bij door geld te vragen voor foto’s, groot gelijk, in verhouding verdienen ze nog maar bar weinig. De trip omhoog was behoorlijk zwaar voor onze astmapatient Annemarie, maar we hebben het gered. Eenmaal boven word je bedewelmd door de enorm dikke zwavelwolken die opstijgen uit de krater, maar het uitzicht op het grote groene kratermeer en de omgeving maakt alles goed. Aan het eind van de middag zijn we afgezet bij de boot naar Bali, en ‘s avonds waren we in Kuta waar we twee nachten moeten verblijven.
De volgende dag, woensdag, hadden we even heerlijk niks te doen omdat we pas de donderdags door zouden vliegen. We hebben ons die dag lekker aan laten braden op het strand en verder lekker niks gedaan. Nog wat souvenirs gekocht, waaronder een verplicht Bintang shirtje, hebben we die ook maar weer. De volgende dag zijn we doorgevlogen van Bali naar Labuan Bajo op Flores. Daar hebben we allereerst onze terugtocht geregeld, want we wilden daar niet zo lang blijven. Daarna hebben we een snorkeltrip in het Komodo Nationaal Park geregeld en een tochtje naar het eiland Rinca, waar de Komodovaranen voorkomen. Omdat ik nogal verkouden was kon ik niet gaan duiken. De volgende ochtend zijn we met een boot vertrokken tussen alle eilandjes door naar een ontzettend mooie snorkelspot met onbeschadigd kleurig koraal, veel mooie en grote vissen en het helderste water wat je je voor kunt stellen. Echt een van de mooiste gebieden om te snorkelen en duiken. Aan het begin van de middag hebben we een stuk verderop gesnorkeld bij Manta Point, een plek bekend om de vaak opduikende grote Mantaroggen van wel 4 meter spanwijdte. En we hadden geluk die dag! In totaal een stuk of 5 van die enorme vliegende tapijten gezien, samen met twee haaien, nog een eagle ray en een schildpad. Erg indrukwekkend en bijzonder. Aan het eind van de middag koers gezet naar Rinca waar we een uurtje over het eiland hebben gelopen. In dat uurtje een aantal wilde Komodovaranen van zo’n 3 meter gezien. Een erg indrukwekkende dag in een gebied wat zeker nog eens een bezoek waard is.
De volgende dag zat ons Flores en Komodoavontuur er alweer op en stond een lange busreis terug naar Lombok op het programma. Om 8 uur ‘s ochtends op de boot van Labuan Bajo naar Sape op Sumbawa gestapt, een bootreis van 8 uur. In Sape aangekomen zijn we met de bus naar Bima gegaan en na een maaltijd aldaar op de bus naar het westelijke puntje van Sumbawa gegaan. Het was inmiddels al 5 uur de volgende ochtend toen we op de boot naar Lombok stapten en na nog een twee uur op de boot en vervolgens twee uur in de bus kwamen we aan in Mataram, de hoofdstad van Lombok. Meteen zijn we doorgegaan naar Bangsal waar we een bootje naar de Gili-eilanden hebben gepakt. Na weer een drie kwartier op de boot kwamen we om een uur of 12, na 28 uur reizen, eindelijk aan op onze eindbestemming, Gili Trawangan. Hier gaan we deze week nog even genieten van zon, zee, strand en bijkomen. Gisteren en vandaag de hele dag op het strand gelegen en niks gedaan. Gisteravond een heerlijke barracuda gegeten en lekker geslapen in onze luxe bungalow op steenworp afstand (letterlijk) van het strand.
Dit was ook ons laatste verhaal hier vanuit Indonesie. Ik hoop dat jullie hebben genoten van de verhalen van onze reis, wij in ieder geval wel (van de reis dan). Voor alle mensen die meegelezen hebben, bedankt!
De laatste avond in Kuala Lumpur hebben we doorgebracht in het Hard Rock cafe, waar we (te) veel gegeten en gedronken hebben. Het was wel ontzettend lekker. De volgende dag zouden we om een uur of 3 ‘s middags naar Jakarta vliegen, dus we hadden de hele ochtend nog. Deze hebben we gevuld met het kopen van wat souvenirs om onze laatste Ringgits op te maken. Aangekomen in Jakarta zijn we met de bus naar het centrum gegaan. Het werd al snel donker, maar we hadden ook al snel wat accomodatie gevonden in Jalan Jaksa, waar heel veel hotels en eettentjes staan. De volgende dag, afgelopen vrijdag, hebben we het museum onder aan de voet van het Merdeka monument bezocht en zijn ook het monument zelf opgeweest voor een mistig beeld van Jakarta. Door de vele smog was het net alsof er een mist over de stad hing, Annemarie had al snel last van haar astma. De middag hebben we besteed met het bezoeken van Cafe Batavia, waar we lekker gegeten hebben. Ook hebben we door Kota en Sunda Kelapa gelopen. In Kota vallen nog vele oud Nederlandse gebouwen te zien in diverse staten, en in Sunda Kelapa vind je een oude haven waar de, nog steeds houten, schepen handmatig gelost worden. Aan het eind van de dag waren we helemaal stuk van het lopen in het ontzettend hete en benauwde Jakarta.
Zaterdag zouden we naar Carita, aan de westkust van Java, vertrekken voor een bezoek aan de beruchte vulkaan Krakatau. De ochtend hebben we nog in Jakarta besteed met een bezoekje aan het Wajang-museum, waar allerlei oude en nieuwere Wajang-poppen uitgestald staan. Niet alleen uit Indonesie, maar ook uit de rest van Asie (ik kan met de Indonesische toetsenborden geen trema’s maken, dus vergeef me dat). De busreis naar Carita duurde een stuk langer dan verwacht, omdat de bus natuurlijk wel vol moest. Dus dat betekent wachten en stapvoets rijden totdat hij vol zit. Dit duurde ongeveer twee uur, waarna we in de spits van Jakarta terechtkwamen. Daarna was het nog eens drie uur naar Labuan vanwaar we nog eens een half uur in een busje moesten naar Carita. Meteen voor de volgende ochtend een boot naar de Krakatau geregeld, die om 8 uur klaar zou liggen. Toen hadden we het helemaal gehad en zijn lekker gaan slapen.
De volgende ochtend lag er om 8 uur inderdaad een snelle boot klaar die ons naar de Krakatau zou brengen. De tocht over zee was vrij vlot, binnen twee uur, en om een uur of 10 legden we aan aan de voet van de Krakatau. Een erg indrukwekkend gezicht waren de enorme aswolken die de Krakatau om de paar minuten uitbraakte. We zijn zo’n 150 meter de vulkaan opgelopen, verder was niet mogelijk in verband met de activiteit van de vulkaan. Twee jaar geleden zijn twee Amerikanen omgekomen toen ze door gloeiende stenen werden geraakt die uit de krater gespuugd werden.
De volgende dag hebben we de hele dag besteed om, via Jakarta (dus helemaal weer terug), in Bogor uit te komen, waar we gisteren de hele dag rond hebben gelopen. De meeste tijd nam de beroemde plantentuin van Bogor in beslag, waar zo’n 15.000 verschillende soorten planten van over de hele wereld groeien. Op dit terrein bevinden zich ook nog wat Nederlandse graven en een mooi paleis welke omringd word door tientallen herten. Aan het eind van de middag nog werkplaats bezocht waar ze wajang poppen maken. Vanochtend zijn we met de bus vanuit Bogor naar Bandung vertrokken, een busreis die wonderbaarlijk snel verliep. We hoefden niet eens te wachten totdat de bus vol was, een uniek iets in Indonesie. In Bandung hebben we meteen een treinticket voor morgenochtend naar Yogyakarta gekocht, en verder nog wat rondgelopen door de stad, langs de bekende Jalan Asia-Africa (vroeger de Grote Postweg) met de bekende art-deco hotels Preanger en Savoy Homann.
Het is trouwens ook Ramadan hier, dus overdag wordt er niet (of stiekem) gegeten. Als je goed kijkt kun je op heel veel plaatsen toch wel eten, alleen hangen ze een groot kleed voor de ramen zodat niemand kan zien dat er gegeten wordt. Ook in alle grote malls kan er gewoon gegeten worden, dus we houden het nog wel even uit. Gegroet vanuit Bandung, morgen door naar Yogya.
Vorige week donderdagochtend, daar waren we gebleven. Toen zijn we vanuit Bukittinggi weer op de brommer gestapt. We hadden gehoord dat er weer een bloeiende Raflesiabloem gezien was in een reservaat iets ten zuiden van Bukittinggi, en die bloem wilden wij wel eens zien. De Raflesia is de grootste bloem ter wereld en bloeit slechts zo’n vijf tot zeven dagen. Na een uur door de modderige jungle geploeterd te hebben zagen wij eindelijk de bloem, die best wel groot was. Nadien hebben wij nog civetkatkoffie gedronken in een koffiehuis. De civetkat eet koffiebonen en poept ze vervolgens weer uit, van die bonen wordt de speciale Kopi Luwak gemaakt. Schijnt bijzonder te zijn maar ik, als niet-koffiedrinker, vond het maar een slap bakje. Maar ik heb wat meegenomen als souvenir, dus jullie kunnen thuis straks ook oordelen.
Donderdagmiddag zijn we naar onze volgende stop gegaan, het Maninjaumeer. Dit grote kratermeer ligt op een uur rijden van Bukittinggi op zo’n 400 meter hoogte. Bij aankomst was het helaas bewolkt, maar wel goed warm, zoals overal op Sumatra. Vrijdag hebben we met een gehuurde brommer het hele meer rond gereden waarbij de schrik ons na 10 kilometer om het hart sloeg. Midden op de weg zat een enorme hagedis van wel 2,5 meter. Zijn staart lag aan de ene kant van de weg in de berm, en zijn snuit aan de andere kant. Gelukkig ging hij snel richting het meer en waren wij van hem af. Helaas wel te snel voor een foto, dus jullie zullen ons maar moeten geloven. Achteraf bleek het een watervaraan (Wikipedia) te zijn, die wel meer dan 3 meter lang kunnen worden. Ook zijn we nog helemaal naar de kraterrand gereden over de weg met de 44 haarspeldbochten. Vervolgens doorgereden naar Puncak Lawang voor een prachtig uitzicht over het meer. Helaas was het behoorlijk bewolkt, waardoor het meer niet helemaal te zien was, zo nu en dan zelfs helemaal niet.
Zaterdagochtend hebben we nog heerlijk en veel gegeten en aan het begin van de middag zijn we teruggegaan naar Bukittinggi om daarna meteen op de bus te stappen naar Padang, want zondagochtend zouden we naar Kuala Lumpur vliegen. Aangekomen in Padang bleek dat de aardbeving van nog geen 2 jaar geleden nog steeds duidelijk zichtbaar is. Ontzettend veel gebouwen zijn ingestort en een groot deel van de hotels zijn verdwenen of worden opnieuw opgebouwd. De overgebleven hotels vragen woekerprijzen voor karige kamers. We zouden Rp. 250.000 moeten betalen voor een tweepersoonskamer zonder douche, dat is ongeveer 20 euro. In Bukittinggi zaten we voor Rp. 50.000, kun je nagaan wat voor een verschil dat is. We hebben daarom maar besloten lekker uit te pakken en hebben maar een luxe hotel genomen, betaal je nog wat meer natuurlijk, maar dan heb je wel een echt goede kamer, een heerlijke douche en een uitgebreid ontbijt. Ondanks de hogere prijs is de prijs-kwaliteit verhouding een stuk beter.
Zondagochtend zijn we naar Kuala Lumpur gevlogen. We moesten het land uit omdat ons visum bijna ten einde was. Na 6 maanden een keer uit Indonesie, wel vreemd eigenlijk. Aangekomen in Kuala Lumpur werden wel overspoeld met McDonalds, Kentucky Fried Chicken, Pizza Hut en Burger King. Je wordt om de oren geslagen met mega shopping malls met 12 verdiepingen, 1000 winkels en om het nog gekker te maken: een pretpark compleet met achtbaan…. in het winkelcentrum. In het centrum van Kuala Lumpur vind je de duurdere zaken zoals Dior, Versace en diverse automerken als Bentley en Rolls Royce. Dit is bijna een cultuurshock na een half jaar Indonesie. Verder blijft het Asie, want in de buitenwijken ziet het er ook behoorlijk armoedig uit.
Maandag hebben we de Batu Caves bezocht, grotten met een enorm standbeeld en hindutempels in de grotten. De rest van de dag hebben we enorme stukken gelopen door de stad en zijn we bovenin de KL Tower geweest (meer dan 300 meter) voor een geweldig uitzicht over de stad. ‘s Avonds nog naar de Skybar in Traders hotel tegenover de Twin Towers geweest voor een adembenemend zicht op de torens. We zijn naar Kuala Lumpur gevlogen om de Petronas Twin Towers te zien en dat is gisteren ook gelukt. Om 8 uur ‘s ochtends stonden we al in de rij voor een ticket, en pas om 11 uur hadden we twee tickets bemachtigd voor een bezoek aan de Skybridge (tussen de twee torens in) en het panoramadek (op zo’n 370 meter hoogte). Vanaf het panoramadek heb je een fantastisch uitzicht over de stad. Morgen vliegen we door naar Jakarta om onze reis in Indonesie te vervolgen, terug naar de realiteit vanuit het knotsgekke Kuala Lumpur.
We waren gebleven bij vorige week vrijdag, toen ik schreef dat we de volgende dag, zaterdag, een brommertje zouden huren en het eiland zouden verkennen. Zaterdagochtend hebben we dus een brommertje gehaald en zijn richting een aantal graven van Batak koningen gereden. Hier waren onder andere nog een aantal stenen stoelen te zien en de plaats waar veroordeelden de doodstraf kregen uitgedeeld. Vervolgens zijn we naar Simanindo gegaan waar een Batakmuseum(pje) staat en waar die ochtend een Batak dansvoorstelling werd gehouden. Was wel interessant om te zien, vooral de bouwstijl van de Batak huizen. Ook de graven van Batakkers worden in die stijl gebouwd, zelfs nu nog. Rondom het eiland vallen veel graven met meerdere verdiepingen te zien, met daar bovenop een Batakhuisje of -dak. De rest van de dag hebben we besteed met het geheel rondrijden van het eiland, wat nog best wel groot is. We hebben het centrale gedeelte doorkruisd, waar wel een weg liep, maar wat eigenlijk zo goed als niet berijdbaar was. Toch gedaan, en kom je wel door mooie stukjes natuur, waar geen kip komt.
Zondagochtend maar eens geinformeerd hoe het zat met de bussen naar Bukittinggi, onze volgende bestemming. De bus van 5 uur ‘s middags zat al vol, maar de bus van 9 uur ‘s avonds had nog wel twee plaatsen over. De reis zou ongeveer 16 uur moeten duren als alles goed gaat. Kwam mooi uit, want dan zouden we de volgende ochtend bij daglicht de evenaar passeren. De laatste boot vanaf Samosir ging om 4 uur ‘s middags, dus die hebben we genomen. Helaas moesten we dus nog wel tot 9 uur ‘s avonds op de busterminal wachten, waar behalve wat eten weinig te doen was natuurlijk. De bus kwam volgens goed Indonesisch gebruik een uurtje te laat, viel nog mee. Uiteindelijk zijn we om 10 uur ‘s avonds vertrokken richting Bukittinggi.
Om 3 uur ‘s nachts hoorden we plotseling een harde bonk en de chauffeur hield stil aan de kant van de weg. Bleek dat er een probleem was met de vering, die was gebroken en moest eerst gerepareerd worden. Kon wel even duren. Even was nog positief uitgedrukt, want pas 7 en een half uur later was de bus gerepareerd. Na een nacht niet geslapen te hebben en 7 en een half uur gewacht te hebben gingen we om half 11 maandagochtend pas weer verder richting Bukittinggi. De rest van de busreis verliep voorspoedig. Halverwege moesten we nog even uitstappen omdat er geen weg meer was, dat komt ook voor. We moesten de bus uit omdat de bus anders de heuvel niet op kwam. Uiteindelijk zijn we maandagavond 10 uur in Bukittinggi aangekomen, in totaal een reis van 30 uur van Samosir tot hier. Inclusief wachten, dat wel. Door de vertraging waren we de evenaar in het donker gepasseerd en ik heb de chauffeur maar niet laten stoppen daar. We zouden later wel teruggaan. Snel wat gegeten en helemaal kapot naar bed gegaan. We hadden expres maar een redelijk duur hotel uitgezocht voor een goede nachtrust en een warme douche.
De volgende ochtend, dinsdag alweer, zijn we verkast naar een goedkoper alternatief wat om de hoek zat, we zitten nu voor 5 euro per nacht, net even wat goedkoper dan de 24 euro van de eerste nacht. De rest van de dinsdag besteed aan het rondwandelen in de stad. Vanaf de rand van Bukittinggi heb je een mooi uitzicht over de Ngarai Sianok kloof, het “Karbouwengat” genoemd. Ook nog de Japanse grotten, de klokkentoren (met stilstaande klok), de markt en de weinige overblijfselen van het Nederlandse fort De Kock bekeken. Deze markt is trouwens weer anders dan alle andere markten. Vooral heel veel soorten kroepoek, van de normale van garnalen gemaakte kroepoek, tot kroepoek van buffelhuid. ‘s Avonds een brommertje gehuurd om de volgende dag, vandaag, naar de evenaar te kunnen rijden.
Vanochtend zij we iets na 7 uur vertrokken voor onze rit naar de evenaar. Na zo’n twee uur kwamen we aan in Bonjol waar de bekende streep op de weg geschilderd is en waar een monumentje en een museum staat. Hoewel ik de evenaar in Indonesie al een paar keer heb gepasseerd, was dit altijd in een vliegtuig op een paar kilometer hoogte. Nu konden we er overheen stappen. Een paar leuke foto’s gemaakt en nog een museumpje bezocht en vervolgens weer teruggereden naar Bukittinggi. We zijn direct doorgegaan met een rit rond de vulkaan Merapi, waarbij we een aantal traditionele Batakhuizen en een paleis van de koning hebben bezocht. Dit paleis was in 2007 geheel afgebrand en is nu weer bijna volledig herbouwd, erg indrukwekkend en mooi. Om 6 uur ‘s middags zijn we weer aangkomen in Bukittinggi na bijna 11 uur op de brommer rondgereden te hebben en zo’n 200 kilometer op de klok te hebben bijgetikt.
Ik zou zeggen, geniet van de foto’s. Helaas voor jullie is het hier allemaal nog mooier dan de foto’s laten zien, maar gelukkig zien wij het wel. Tot binnenkort!
Op dit moment zitten we in Tuk-Tuk, op het eiland Samosir, in het Tobameer op Sumatra. Zo, dan weten jullie even precies waar we zitten. We overnachten in een nagebouwd Batakhuisje vlak aan het meer. De afgelopen dagen hebben we Berastagi bekeken en zijn we via de Sipiso-Piso waterval naar Parapat gegaan waar we de boot naar Samosir hebben genomen. Gisteravond zijn we daar aangekomen. Vandaag hebben we behalve wat wandelen en internetten eigenlijk niks gedaan. Ik heb alle foto’s even op een DVD gebrand en Annemarie heeft even geskyped (bestaat dat woord?) met thuis. We zijn nu dus ook in de gelegenheid om wat foto’s van de camera te laten zien. Onder dit korte verhaaltje heb ik een kleine selectie van de foto’s van de afgelopen anderhalf tot twee weken geplaatst. Morgen huren we een brommertje en gaan we wat rondrijden hier.























































































































